Twee miljoen jaar geschiedenis samengevat op één A4.

Het zicht op de Steentijd zal nooit volledig en helder zal zijn. Dat kan ook niet. De informatie die is af te leiden uit botjes, zand en stenen is beperkt. Bovendien zijn sommige aspecten van deze periode amper te bevatten voor een modern mens als ik.

Paleolithicum of Oude Steentijd (circa 2.000.000 – 12.000 voor Christus)

Zo begrijp ik eigenlijk nog steeds niet wat een mens een mens maakt en een aap een aap. Genetisch schijnt het verschil minimaal te zijn. Ooit was er een groep gemeenschappelijke stamvaders, waarvan een deel de vlakte introk en een ander deel in de bossen bleef. Het deel dat de vlakte opging – waarschijnlijk min of meer gedwongen door klimaatverandering – werd in de loop van miljoenen jaren mens. In verschillende soorten, want homo sapiens was een van de vele menssoorten. De andere soorten bestaan niet meer. Ondanks hun lange geschiedenis zijn ze verdrongen. Wat er precies is gebeurd weten we niet. Persoonlijk vermoed ik dat de waarheid achter de verdwijningen erg onaangenaam is.
Een van die verdwenen soorten was homo erectus. Hij rukte langzaam op naar het noorden. Ongeveer 500.000 jaar geleden kwam hij aan in het door de ijstijd beheerste Europa. Daar evolueerde hij tot de Neanderthaler. Deze mensen leefden in groepen en gedijden 120.000 jaar lang tot de komst van homo sapiens of Cro-Magnon-mens, 40.000 jaar geleden. Deze was meer ontwikkeld dan de Neanderthaler. Dat blijkt onder andere uit ter plekke gevonden kunstig bewerkte beeldjes. De Neanderthalers verdwenen.
De emigratiestromen beperkten zich niet tot Europa; mensen verspreidden zich over de hele planeet en veroorzaakten naar huidige maatstaven een ecologische ramp, aangezien talloze diersoorten het veld moesten ruimen voor de onverzadigbare en onoverwinnelijke jager.
De oude steentijd is mysterieus. We weten dat de mens het vuur, het gereedschap en de kleding uitvond. We weten bijvoorbeeld niet hoe de sociale verhoudingen lagen en in welke fasen de spraak en de talen zich hebben ontwikkeld. Vermoedens zijn er wel.

Mesolithicum of Midden Steentijd (12.000 – 5.300 voor Christus)

Toen het warmer werd in Europa begonnen groepjes mensen zich te vestigen op vaste locaties. Dit werd mede mogelijk door de opslag van voedsel. Een andere belangrijke uitvinding was de boog.
De systematische gebiedsontginning begon. Weliswaar door jagers en verzamelaars, maar langzaam aan startte het zaaien en het oogsten. Gevolg was de binding aan het land en het ontstaan van hiërarchische maatschappijstructuren. Waar mensen eerst nog naar alle waarschijnlijkheid op basis van gelijkheid in kleine groepjes het land afstruinden, begon met de agrarische revolutie de ongelijkheid tussen man en vrouw en tussen koning en boer toe te nemen. Hier ligt waarschijnlijk de historische start van structurele uitbuiting.

Neolithicum of Nieuwe Steentijd (5.300 – 2.000 voor Christus)

Met de komst van het koper en het wiel nam de productie en transport op grote schaal toe. De ploeg maakte een toename van de landbouwproductie mogelijk. Ook de omvang van veeteelt groeide. Dit was de tijd van de hunebedden, megalieten en steencirkels die in grote delen van Europa zijn terug te vinden; van Spanje tot Scandinavië en van Groot-Brittannië tot Polen.
Ik weet niet of de sjamanen van de hunebedbouwers zichzelf rood verfden. Het is mij ook onbekend of er oorlog bestond tussen de stammen of hoe effectief de geneeskunst was. Maar ik weet nu wel dat er behalve de jaren geen enkel verschil is tussen mij en de hunebedbouwers; ze moeten angst, vreugde, liefde en verdriet hebben gekend net als ik. En ze waren nieuwsgierig en innovatief waardoor ze voor een belangrijk deel hebben kunnen bijdragen aan de ontwikkelingen die tot onze huidige maatschappij hebben geleid.

Written by HRWibier