Dolm.nl

Spullen

Spullen bestaan zo lang als mensen. De enorme hoeveelheid ervan is een modern verschijnsel. Mijn huis lijdt er ook onder. Daar ga ik nu een eind aan maken. Met tips en trucs!

Als ik me een voorstelling maak van een gemiddeld huishouden in het Paleolithicum zie ik slechts een beperkt aantal spullen; vuistbijl, graafstok, mand, visnet, godinnenbeeldje, sieraden van steen of schelpen. Dan vergeet ik vast nog van alles, maar veel zal dat niet zijn. Jagers en verzamelaars trokken rond. Die konden niet veel meenemen. In het Neolithicum veranderde dat. Mensen bleven bij hun landbouwgrond. Dat bood gelijk ruimte voor extra spullen; een steen om graan te malen, wat potten en agrarisch gereedschap. Spectaculair kan de groei in het aantal spullen niet geweest zijn. Ik stel me voor hoe een grotere groep mensen spullen deelde. Zo hadden ze niet veel nodig. Net als honderd jaar geleden. Jan heeft een ploeg, Piet heeft een paard en ploegen doen ze samen. De deeleconomie is niet nieuw. Hij is oeroud.

Clutter

Mijn oertijdnostalgie raakt ook mijn spullen. Niet dat ik over de vlakte met een bundeltje hoognodig gereedschap de mammoeten achterna wil zwerven. Welnee! Maar in een camper met een overzichtelijke hoeveelheid noodzakelijke spullen kan ik het lang uithouden. Ik ben de enige niet. Na even zoeken vind ik filmpjes, boeken en sites over ‘ontspullen’. Engelstaligen hebben het over ‘decluttering’ of ‘clutter clearing’. Nederlanders hebben niet zo’n mooi woord als ‘clutter’. De vertalingen ‘bende’ en ‘massa’ schieten tekort. Welke taal dan ook, ik vind tal van nuttige tips en inzichten. Wat mij betreft de beste: “Clear your clutter, clear your mind.” En zo is het. Oude spullen verstoppen mijn huis en mijn geest. Ik merk dat stoffige dingen stoffige gedachten en herinneringen oproepen. Ze werken  stilstand in de hand en verhogen de drempel naar nieuwe initiatieven. In mijn geval gaat het bijvoorbeeld om spullen uit een erfenis. Ze liggen al drie jaar ongebruikt in een dure opslagruimte. Met het geld dat me dat inmiddels heeft gekost had ik al lang met die camper op pad gekund. Tijd voor actie dus.

Fases

Na enig leeswerk ontwaar ik een rode draad in alle aanvalsplannen. Het begint met de vraag wat de opruimer echt belangrijk vindt. Neem nou al die boeken. Die ga ik echt niet allemaal nog een keer lezen. Zeker niet nu ik vaker naar de bibliotheek ga en ook elektronisch lees. Wat ik echt belangrijk vind? Dat is lezen. Daar heb ik al die boeken niet voor nodig. Één e-reader en een bibliotheekpas is voldoende. Nu ik dit weet kan naar de volgende fase: Plannen. Dat betekent niet alleen dat ik ga bedenken wat weg kan, maar ook dat ik moet verzinnen hoe na het opruimen geen nieuwe boeken meer in huis komen. De bron van die boekenstroom moet opdrogen. Als ik dat heb uitgedacht kan ik overgaan tot de uitvoering: Sorteren, afvoeren en vrienden en familie vertellen dat ze geen boeken meer voor me hoeven kopen. Kortom:

  • Fase 1: Waar gaat het echt om?
  • Fase 2: Hoe pak ik dat aan?
  • Fase 3: Uitvoeren.

Het lijkt simpel. Uit ervaring weet ik dat ieder project ingewikkelder is dan verwacht. Wat helpt is beginnen met kleine stapjes. Niet alles tegelijk willen doen.

Tips

Praktische tips heb ik ook gevonden. “Begin met je slaapkamer.” Dat vind ik een hele goede. Toevallig heb ik dat vorig jaar al gedaan. Dat leverde me een boel rust op. Juist die ene ruimte is zo belangrijk voor de hoogstnoodzakelijk ontspanning. Dat lukt het beste met zo min mogelijk visuele afleiding. Ik ga nu voor mijn lol in mijn slaapkamer iets lezen. Dat was vorig jaar nog ondenkbaar. De tweede tip is om eens te kijken in de papierstroom. Als ik die lees realiseer ik mij hoeveel oude polissen, gebruiksaanwijzingen, kopietjes, folders van potentiële vakantiebestemmingen en tijdschriften ik nog heb liggen. Dat biedt kansen. De laatste tip luidt: “Bij twijfel wegdoen.” Daar heb ik me in het verleden niet aan gehouden. Vandaar die eerder genoemde gehuurde externe opslagruimte. Vol met twijfelgevallen. Vorige week ben ik er voorzichtig gaan kijken. Een eerste verkenning voor wat komen gaat. Het eerste wat me opviel was dat de aarzeling van toen heeft plaats gemaakt voor vastberaden opruimwoede. Dat traphekje mag best weg. Die oude koffer ook. Tot zover de theorie. Nu de praktijk.

Aan het werk!

Stap één. De spullen die ik echt wil houd ik. Dat zijn ongelezen boeken en boeken die ik zeker ga herlezen. Gebruiksvoorwerpen die ik gebruik. (Er zijn er ook die ik niet gebruik. Dat traphekje bijvoorbeeld. Het criterium ligt bij een jaar. Wat ik een jaar niet heb gebruikt, kan weg. Lelijke objecten uit een erfenis en cadeautjes die ik eigenlijk niet wilde hebben doe ik weg. Hetzelfde geldt voor spullen die ik dubbel heb. Dan stap twee; de planning. Één keer per week wil ik een doos uit de opslag gaan halen. Tegelijkertijd haal ik thuis iedere week tien dingen (of boeken) uit de kast om door te verkopen of aan de kringloopwinkel te schenken. Tenslotte de derde stap. Ik bevind mij inmiddels in de vierde week. Vier boodschappentassen met boeken zijn verdwenen. Verder zijn verkocht of weggegeven: Een slaapbank, oude geluidsboxen, waxinelichthouders, oud kinderspeelgoed, koffers en weekendtassen, een tent, vazen, potten, een ijsmachine en een boodschappentas vol papier. Meer volgt. Vier van de elf dozen uit de externe opslag zijn al verdwenen. Gisteren heb ik de huur opgezegd. Nog even en ik kan de uitgespaarde huur opzij zetten voor een campervakantie. Zwerven als een licht beladen oermens. Ontspuld en met een lege geest. Heerlijk.