De Veluwe ontstond in de ijstijd. IJs vormde de heuvels. Rond 3000 voor Christus vestigden zich mensen van de Trechterbekercultuur op de Veluwe. Ze lieten sporen achter, waaronder grafheuvels, urnenvelden en celtic fields. Een wandeling langs zichtbare prehistorie.

Kroondomein

IMG_2993Het is in het vroege voorjaar. De eerste knoppen vormen zich aan de bomen. Er is nog geen gebladerte dat het zicht op grafheuvels verspert. Toch moet ik drie keer kijken voor ik zeker ben dat de eerste open plek waar ik kom een grafheuvel is. Het ding blijkt klein en laag. Gelukkig vind ik een metalen ringetje in de grond waarmee ik een cilinder naar boven kan trekken met een toelichtende tekst. Daardoor weet ik zeker dat ik goed zit. Als ik verder wandel blijken andere grafheuvels soms groter en hoger. Beter zichtbaar ook. Soms is het een groepje. Iedere locatie heeft zijn eigen cilinder. De informatie is kort en kernachtig. Hij gaat bijvoorbeeld  over de verscheidenheid aan soorten, de mythen en legenden en de verschillende onderzoekstrajecten. Tijdens de wandeling kom ik in totaal zo’n stuk of acht van deze cilinders tegen.

IMG_3006

Ik keer om net voorbij de Gortelse weg in de buurt van Vaassen. Daar bevindt zich een heideveld dat een celtic field blijkt. Niet dat er veel zichtbaar is van de oude kleine akkertjes; ze zijn vlak na Christus verlaten. Toch vind ik het een mooie gedachte om na alle grafmonumenten ook een kort moment stil te staan bij de plek van de levende voorouders. Terwijl ik terugwandel geniet van de ontluikende natuur. Ik zie zowaar een specht. En prachtige sporen van herten en zwijnen. Als ik de wandelkaart voor een laatste keer uitvouw, valt mij op dat de grafheuvels net als hunebedden op een rechte lijn liggen. De weg waarlangs ze lang geleden lagen is kennelijk verdwenen. De paden door het bos volgen een nieuwe route. Zo realiseer mij dat ook de schijnbaar ongerepte natuur van de Veluwe volledig is gevormd door mensen. Al duizenden jaren lang.

IMG_3020

Het Uddelermeer

Vlak voordat ik vanaf de N310 het parkeerterrein van restaurant Het Uddelermeer op draai, zie ik twee duidelijk herkenbare met gras begroeide grafheuvels. Dat is het voorgerecht. Voor het hoofdgerecht moet ik de straat oversteken. Als ik het hek doorga zie ik riet, water en vreemde heuveltjes.

IMG_3234

Door de eendjes oogt het meertje zo vredig, dat ik me moeilijk kan voorstellen hoe in de IJstijd het water uit de diepe bodem kwam opzetten, opgestuwd door bevriezing. Gevolg was een met ijs gevulde heuvel; een pingo. In IJsland bestaan er nog steeds veel van. Met de komst van warme tijden stortte deze pingo in, een pingoruïne achterlatend, lijkend op een met water gevulde krater. Nu is het Uddelermeer 18 meter diep. De eerste 16 meter is gevuld met veen dat zich in de loop der jaren heeft gevormd. Daarbovenop ligt het water dat ik nu zie.

Om het meer liggen vijf grafheuvels. Vier vind ik amper terug, zo plat zijn ze. De befaamde archeoloog Jan Hendrik Holwerda (1873-1951) trof tijdens onderzoek in één ervan een lijksilhouet aan. Het was waarschijnlijk een vrouw. Ze lag met opgetrokken knieën. De vijfde grafheuvel is wel duidelijk zichtbaar, gemarkeerd met een paaltje en omringd door een gootje. De toelichting ter plaatse dateert de grafheuvel in de periode van de Klokbekercultuur (2000 – 1700 voor Christus). Het archeologieboek dat ik heb meegenomen toont grafgiften uit de Trechterbekercultuur, dus uit omstreeks 3000 voor Christus. Ik vraag me af wat juist is.

IMG_3235

De zichtbare grafheuvel ligt midden in een ringvormige wal met een omringende gracht. Ik klim erop om de grafheuvel samen met het meer op de foto te krijgen. Deze Hunneschans is het opvallendste bouwsel bij het meertje. Holwerda heeft een sleuf door dit 1100 jaar oude verdedigingswerk heen gegraven. Mijn boek vermeldt niet of dit onderzoek iets heeft opgeleverd. Het vertelt wel dat hier in de loop der tijd nog meer activiteit is geweest; de grond gaf nog twee molenstenen uit de Romeinse tijd prijs en koning Willem I ging hier graag vissen en jagen. Nu is het rustig. Ik kom enkel een baadster tegen. En aan de overzijde blaft een hond. Dat is het. Voor meer leven moet ik terug de straat over naar het restaurant.

IMG_3018

Het Speulderbos en het Sprielderbos

IMG_3255In het gehucht Drie staat al sinds 1765 Het Boshuis, een uitspanning met een voormalig kapelletje. Ik zet er mijn auto neer en loop over een smal fietspad het bos in. Al snel kom ik bij het eerste groepje grafheuvels; bescheiden verhogingen in het bos, gemarkeerd met een paaltje. Kronkelende beuken geven de directe omgeving een betoverend karakter. Her en der liggen dode stammen, het gevolg van uiterst terughoudend beheer in dit bos dat misschien wel het oudste van Nederland is.

IMG_3252

Als ik mijn weg vervolg op het fietspad, kom ik bij een bord met informatie over het Solse Gat die mij erg nieuwsgierig maakt. Niet alleen omdat er enkele grafheuvels bij liggen, maar ook vanwege het aangrenzende celtic field waar enkele gezinnen in het derde millennium voor Christus hun voedsel verbouwden. Waarschijnlijk voorzag het Solse gat de bewoners destijds van water. Als ik ervoor sta ben ik onder de indruk van de diepte. Jarenlang is hier leem afgegraven. Afdalen kan langs een stijl voetpad. Onderin staat een laagje water. Daaromheen staat een hekje ter bescherming van het kwetsbare ecologische evenwicht.

IMG_3250

Op meerder plekken zie ik robuuste tonderzwammen. Tijdens de wandeling weet ik nog niet dat deze paddenstoel in de prehistorie al verwerkt werd tot een soort vilt. Dit kan gebruikt worden om vonken mee te vangen (als tondel dus) en om transpiratie bij tuberculose te verlichten. Op internet lees ik later dat Ötzi, de 5300 jaar oude ijsmummie, resten van deze zwam in zijn tasje heeft.

Met een flinke omweg ga ik weer richting mijn auto. Tijdens dit deel van de wandeling wordt mij duidelijk waarom dit bos bekend staat als het gebied met de grootste grafheuveldichtheid van Nederland. Het zijn er inderdaad erg veel. Na een tijdje stop ik met tellen. Omdat ze zo veel op elkaar lijken is het vooral het Solse Gat dat mij bijblijft van deze wandeling. En ook die stoere tonderzwammen zal ik niet licht vergeten. Ik had ze nooit eerder zo bewust waargenomen. In het Speulder- en Sprielderbos zijn ze nog talrijker dan grafheuvels.

Written by HRWibier