Geplaatst op

Kunstenaars zijn bewonderaars. Van Picasso en Miró bijvoorbeeld

Kunstenaars zijn bewonderaars: Leonardo da Vinci

Kunstenaars zijn bewonderaars. Vaak kijken zij met ontzag naar het werk van vakbroeders. Ongegeneerd lenen zij elementen uit andermans schilderijen. Ook proberen zij soms uit pure nieuwsgierigheid iets na te maken. Als is het alleen maar om te kijken hoe de schilder iets voor mekaar heeft gekregen.

Zelf heb ik ook een paar idolen. Pablo Picasso bijvoorbeeld. Ik vind het helemaal geweldig zoals hij een nieuwe beeldtaal heeft gecreëerd en meerdere stijlen naar believen wist in te zetten. En misschien nog veel belangrijker; met prachtige, verrassende en ontroerende resultaten. Of A.R. Penck. Fantastisch! Zoals die man prehistorische symboliek naadloos in moderne kunst wist te integreren …

Kunstwerken geïnspireerd door grote meesters

Maar laat ik bij het begin beginnen. Ik begon net serieus met schilderen. Ik was in de dertig en keek toen nog vooral naar de kunstenaars die hele herkenbare afbeeldingen maakten. Bijvoorbeeld naar Rembrandt van Rijn, Leonardo da Vinci en Sandro Botticelli. Om me hun stijl eigen te maken bestudeerde ik hun werk en ging ik er iets aan rommelen en bijstellen. Hoe zou het bijvoorbeeld uitpakken als ik de kleuren heftiger maakte en meer contrast meegaf? Zou het hele schilderij dan eigentijdser worden? En zo vroeg ik me onder andere ook af welk effect het zou geven als ik de uitbundige jugendstil van Alphonse Mucha los zou laten op het meisje met de parel van Johannes Vermeer. Hieronder kan je de resultaten zien van die vroege experimenten.

Moderne kunstenaars als voorbeelden

Maar al gauw bleek die weg voor mij dood te lopen. Het leverde weliswaar veel voldoening op om mijn vaardigheden te verbeteren, maar met mijn groeiende interesse voor de prehistorie begon ook mijn smaak voor kunst te veranderen. Betovering, zeggingskracht en directheid begon ik te prefereren boven techniek en regeltjes. Vandaar dat ik al snel uitkwam bij Pablo Picasso en andere volgers van het primitivisme. Moderne kunst werd het helemaal voor me. En ik experimenteerde er vrolijk op los. Zo maakte ik bijvoorbeeld elf interpretaties van Picasso’s portret van Olga Khokhlova uit 2017 dat hangt in het Picasso Museum in Parijs. Daar verwerkte ik dan weer andere stijlen in, waaronder die van Piet Mondriaan en Jan Roeland.

Mijn grootste held: Joan Miró

Van alle kunstenaars die ik bewonder, kijk ik misschien nog wel het meeste op naar Joan Miró. Geen enkele andere schilder maakt mij zo blij met ogenschijnlijk simpel werk. Als ik voor één van zijn kunstwerken sta, blijf ik lang staren naar de ongelooflijke effectiviteit van zijn kleuren en lijnenspel. Keer op keer probeer ik zijn magie te doorgronden en gebruik te maken van zijn techniek. Dat deed ik onder andere met een serie schilderijtjes over Mens en Milieu. Ik heb niet het idee dat het me ooit volledig gelukt is het niveau van Miró te halen. Daar schaam ik overigens niet in het minst voor. Hij blijft de meester.

Het werk van kunstenaars klutsen

Tot op de dag van vandaag kluts ik werk van mijn grote voorbeelden. Ik heb er geen moeite mee om renaissance kunst te herinterpreteren met behulp van nieuwe speelse lijnen en vlakken. Ook vind ik het heerlijk om in mijn hunebedkunst schaamteloos te verwijzen naar andermans werk. Als ik een hunebed teken of schilder, kan ik namelijk zo maar nieuwsgierig raken naar de aanpak die bijvoorbeeld Friedensreich Hundertwasser zou kiezen voor het maken van de afbeelding. En als liefhebber van stripverhalen wil ik ook nog wel eens kiezen voor de weergave in inkt op een stripachtige manier.

En er is nog meer! Zo heb ik ook geëxperimenteerd met het werk van Gustav Klimt. En kijk gerust rond in de galerie. Misschien weet je daar nog meer stijlen, composities of andersoortige verwijzingen te vinden, die je kan herleiden naar een bekende kunstenaar. Of kom kijken tijdens de Kunstzondag Vorden. Ik heb altijd wel een paar hommages klaar liggen in mijn atelier. Meer informatie daarover vind je onder het tabblad contact.