Geplaatst op

Stonehenge geschiedenis; hoe de stenen door de eeuwen heen bewogen

De bekendste stenen van het Verenigd Koninkrijk lagen niet altijd stil. Er waren verbouwingen en restauraties. Ook was er sloop en verval. Hieronder staat de geschiedenis van Stonehenge in hoofdlijnen. Hij bestrijkt duizenden jaren.

Stonehenge

Stonehenge is een ruïne van een gebouw zonder dak. Oorspronkelijk telde het ongeveer 162 stenen. Het ligt iets meer dan 120 kilometer ten westen van London in het graafschap Wiltshire, dat rijk is aan prehistorische monumenten. Avebury ligt er bijvoorbeeld niet ver vandaan. Stonehenge zelf is het middelpunt van een heel landschap vol overblijfselen uit de steentijd. De grafheuvels springen het meest in het oog, maar er zijn ook tal van mysterieuze patronen in de aarde.

Stonehenge geschiedenis

Structuur 

Ondanks allerlei invloeden in de loop van de tijd staat – met wat hulp – de basisstructuur nog fier overeind. Die bestaat uit vijf concentrische elementen. Van buiten naar binnen zijn dat:

  1. De buitenste cirkel van sarsens. Dit zijn de grote stenen die iedereen kent. Ze komen uit de omgeving van Stonehenge, waarschijnlijk ergens in de buurt van Avebury. 
  2. De buitenste cirkel van bluestones. Deze stenen zijn kleiner dan de sarsens en hebben een blauwige tint.
  3. Een hoefijzervorm van sarsens.
  4. Een hoefijzervorm van bluestones.
  5. De altaarsteen. Dit is een liggende groengrijze zandsteen die geologisch afwijkt van alle andere stenen.  

Het geheel lijkt gebouwd om de zonnewendes precies aan te kunnen geven. Dat zijn het begin van de winter en het begin van de Zomer. Voor de eerste boeren waren dit hele belangrijke momenten.

Een plattegrond vanStonehenge. De gele lijn geeft de eerste zonnestraal op de langste dag weer. De bluestones hebben een blauwe kleur.

Onderzoek naar de prehistorie 

Omdat Stonehenge een prehistorisch monument is, bestaan er geen geschreven bronnen over de bouwfasen. Desondanks weten we er best veel van. Dat hebben we aan archeologen te danken. Zij graven al sinds 1802 in het gebied. De eerste onderzoekers maakten daarmee veel kapot. Gelukkig zijn we er wel veel wijzer van geworden. En de moderne wetenschap heeft veel aan die kennis toegevoegd. Koolstofdatering toont bijvoorbeeld aan hoe oud een voorwerp is. Daarnaast maakt DNA-analyse veel duidelijk over wie de eerste Britten – en dus de bouwers van Stonehenge – waren.

Geschiedenis van Stonehenge I (vanaf 8000 voor Christus)

De eerste Britten plaatsten totempalen in de buurt waar later Stonehenge zou verrijzen. Landbouwtechnieken bereikten deze streek rond 4000 voor Christus. Niet veel later ontstonden de eerste langgraven. The Great Cursus is ook afkomstig uit deze tijd. Dat is een weg van ongeveer drie kilometer waarvoor flink gegraven is.

Geschiedenis van Stonehenge II (vanaf 3100 voor Christus) 

Archeologen vonden geweien en schouderbladen van koeien op het terrein. Vermoedelijk gebruikten de eerste bouwers die als scheppen en pikhouwelen om de ronde aarden wal (of henge) op te werpen. Deze wal was veel groter dan tegenwoordig en had een opening in het noordoosten. In het zuidoosten bevond zich nog een kleinere ingang. Deze ingangen stonden in lijn met de zomerzonnewende. Binnen de aarden wal bevinden zich 56 kleine gaten uit deze periode. Ze heten Aubrey holes en zijn vernoemd naar John Aubrey, die ze al in 1666 ontdekte. Op de bodem lagen verbrande stoffelijke overschotten.

Geschiedenis van Stonehenge III (vanaf 2500 voor Christus) 

De eerste bouwers lijken Stonehenge na enige tijd te hebben verlaten. Nieuwkomers pasten het bouwwerk aan naar hun eigen wensen. Zo plaatsten ze het geheel nauwkeuriger richting de zomerzonnewende. Ook legden ze een nieuwe weg aan naar de ingang. Deze flankeerden zij met een aarden wal en stenen. De belangrijkste toevoeging bestaat uit de bluestones en de altaarsteen. Die haalden zij helemaal uit Wales. Dat was een enorme inspanning voor die tijd. De achterliggende motivatie is helaas niet bekend.

Geschiedenis van Stonehenge IV (2100 tot 1100 voor Christus)

Een nieuwe generatie veranderde de complete structuur. Veel bluestones verdwenen. Niemand weet waar naartoe. De enorme prachtig bewerkte sarsens die nu het gezicht van Stonehenge bepalen kwamen in deze periode naar het complex. Datzelfde geldt voor de enorme slachtsteen die nu bij ingang ligt. De resterende bluestones wisselden meerdere keren van plek gedurende deze bouwperiode.

Druïden 

Lang bestond het beeld dat Stonehenge van oorsprong een druïdentempel was. Deze wijzen kwamen echter pas in 250 voor Christus naar het Britse eiland. De reden dat de Romeinen een deel van Stonehenge verwoestten had waarschijnlijk met hun aanwezigheid te maken. Desalniettemin voelen moderne druïden een sterke verbondenheid met het monument. De eersten verschenen al in 1781. Sinds het begin van de twintigste eeuw vieren zij de zomerzonnewende uitbundig met een uitgelaten groep volgelingen.

Verval 

Storm en neerlag hebben Stonehenge de afgelopen duizenden jaren geteisterd. Dat heeft zeker schade aangericht. Die is echter verwaarloosbaar vergeleken met wat mensen hebben gedaan. Hun gedrag was pas echt destructief. Na de Romeinen kwamen tal van bouwers stenen halen. Met vuur en water wisten zij er bruikbaar bouwmateriaal van te maken. Ook de eerste toeristen namen graag een stukje van het monument mee. Voor dat doel namen zij dikwijls gereedschap mee. Tot diep in de twintigste eeuw kon het publiek zijn schadelijke werk doen; van festivals, demonstraties en relletjes tot graffiti.

Stonehenge geschiedenis

Herstel

Sinds 1898 staat er een hek om Stonehenge. De Britse overheid kreeg het monument in 1918 in bezit. De eerste serieuze pogingen tot herstel stammen uit 1901 en 1958. Scheve en gevallen stenen staan nu weer goeddeels recht. English Heritage is verantwoordelijk voor het bouwwerk en National trust voor het terrein met overige monumenten eromheen. Per jaar ontvangen zij anderhalf miljoen bezoekers. Het archeologisch onderzoek gaat met name in de omgeving onverdroten door met regelmatig nieuwe ontdekkingen tot gevolg.

Ook in het Verenigd Koninkrijk

Ben je geïnteresseerd in de steentijdmonumenten van Engeland en de rest van het Verenigd Koninkrijk? Lees dan ook de artikelen over Schotland en het grote onbekende Thornborough.

Geplaatst op

Het DNA van de Britten komt uit Europa

Britten, invallers en dna

Britten zijn van oorsprong continentale Europeanen. Dat blijkt uit DNA-analyses die Stephen Oppenheimer als basis gebruikt voor een boek over de eerste Britten en Ieren. Gezien invallen van Romeinen, Angelen, Saksen, Vikingen en Normandiërs is dat niet verrassend. Wel opzienbarend is dat deze invallers slechts heel beperkt invloed hebben op het huidige DNA van de Britten. Andere, vroegere migraties blijken veel bepalender.   

Oppenheimer 

Oppenheimer is een wereldberoemde expert op het gebied van DNA. Zijn medische achtergrond weerhield hem er niet van populairwetenschappelijke boeken te schrijven over de prehistorie. Het bekendste is ‘The origins of the British’ uit 2006. Daarmee zette hij het beeld dat Britten en Ieren hadden van hun herkomst op zijn kop. Want wat bleek? Het is een enorme misvatting dat Engelsen een hoofdzakelijk Angelsaksische achtergrond hebben en Welshmen, Schotten, Ieren en inwoners van Cornwall oorspronkelijk Kelten zijn. De oorsprong van deze volken ligt veel verder terug dan dat.

Geschiedenis 

Het boek begint met een toelichting op heersende opvattingen. Oppenheimer geeft daarbij visies van historici en linguïsten weer. Het is aanvankelijk een bekend verhaal: Angelen, Saksen, Jutten en Friezen vallen de eilanden binnen. Zij dringen Keltische stammen die hier al eeuwen wonen terug. De schrijver toont echter aansluitend de onjuistheid van dit beeld aan. Van Keltische cultuur is volgens hem voor de komst van Romeinen namelijk beperkt sprake. Het hart daarvan ligt namelijk in Zuid-Frankrijk en Noordwest-Spanje. Aansluitend kruipt Oppenheimer diep in de krochten van de geschiedenis om inzichtelijk te maken hoe verwarrend de term ‘Keltisch’ eigenlijk is. Voor hen die het nog niet wisten: Het zijn niet de Kelten die Stonehenge, Avebury en Thornborough hebben gebouwd. Ook al visualiseren wij de zonnewendefeesten daar graag met druïden, de bouwers van die monumenten kwamen elders vandaan.  

Britten, basken en DNA

Driekwart van het DNA van de Britten stamt uit de periode van voor de agrarische revolutie. Het is niet Keltisch of Angelsaksisch, maar blijkt onder andere verwant aan Baskisch DNA. Dat is eigenlijk best logisch. Engeland zat immers na de laatste ijstijd vast aan Europa. De Noordzee, het Kanaal en de Ierse Zee bestonden nog niet. Het terugtrekkende ijs had het gebied dat we nu kennen als het Verenigd Koninkrijk en Ierland leeg achter gelaten. Binnenlanden bestonden destijds uit kale steppen. Migranten volgden de makkelijk begaanbare kustlijn waar vis en schelpdieren een belangrijke en ruim voorradige bron van voedsel vormden. Waar anders konden de eerste Britten vandaan komen dan van de Atlantische kust? Nou, van de regio rond de Zwarte zee …  

Britten, oost-europa en DNA 

Een ander deel van het oudste Britse DNA toont verwantschap met dat uit Moldavië en de Oekraïne. Ook dat is niet vreemd. Behalve de kustlijn liep er namelijk nog een andere route door het laat-paleolithische en mesolithische Europa. Dat was die over de grote rivieren, de Donau en de Rijn. Zo toont Oppenheimer niet alleen de oorsprong van de Britten aan, maar concludeert hij ook nog eens dat deze oude prehistorische migratiestromen het grootste deel van het huidige Britse en Ierse DNA bepalen. Zeven en een half duizend jaar geleden lag er op dat vlak dus al heel veel vast. Desondanks veranderde er toen nog wel iets voor het land en de mensen die er woonden.  

Boeren 

De eerste Britten leefden van de zee. Met de stijging van de zeespiegel en het veranderende klimaat ontstonden nieuwe mogelijkheden. Dat ging erg langzaam, ondanks de term ‘agrarische revolutie’ die we tegenwoordig voor die verandering gebruiken. Met de komst van de landbouw kwamen ook nieuwe migratiestromen op gang. De Atlantische route verlengde zich van Baskenland tot het huidige Turkije. Veel landbouwers volgden deze. Zij jaagden steeds minder. In plaats daarvan gingen zij de Europese bossen te lijf met bijlen en vuur. Op die manier ontstond akkerland dat meer bevolkingsgroei mogelijk maakte. De agrarische kennis en kunde stak het kanaal over en ook de Britten en Ieren brachten hun binnenland in cultuur.  

Saksen 

Duitsland, Nederland, België en Friesland bleven ten tijde van de agrarische revolutie een prima uitvalsbasis voor migratiestromen naar Engeland. Deze invallers vestigden zich vooral in het deel dat we nu als Engeland kennen. Dat is terug te zien in het hedendaagse genetische materiaal. Deze verschillen tussen Engelsen en andere bewoners van het Verenigd Koninkrijk stammen uit het neolithicum, de late steentijd dus. Historisch gezien was er na de val van het Romeinse Rijk niets nieuws onder de zon toen Angelen, Saksen, Jutten en Friezen de Noordzee overstaken. De genetische invloed van deze latere invallers is klein. 

Handelaren en rovers 

Daarnaast kwamen veel nieuwkomers over Scandinavië. Iedereen heeft wel beeld bij invallen van de woeste Vikingen en Noormannen. Zij plunderden tal van nederzettingen en brandden die tot de grond toe af. Wat veel mensen niet weten is dat deze invallers zich ter plekke vestigden en handelsbetrekkingen met lokale bewoners aangingen. Hun kinderen namen langzaam hun plek in binnen de Britse samenleving. Deze nazaten kregen dan weer te maken met oud-landgenoten van hun voorouders die historisch bekende routes volgden. Dat maakte uiteindelijk de genetische invloed van Scandinaviërs minder dan verwacht. 

Conclusies 

‘The origins of the British’ behoort tot de beste en origineelste boeken over de prehistorie. Hoofdpunten zijn:

  1. De eerste Britten trokken vanaf de Atlantische kust in het late paleolithicum (circa 15.000 voor Christus) het land binnen. Een andere stroom kwam via de grote rivieren. Deze vroege kolonisten liggen ten grondslag aan het belangrijkste deel van het huidige Britse DNA.
  2. De Angelsaksische invloed op het Britse DNA is beperkt. De vermeende tegenstelling tussen de Engelsen en hun directe buren in onder andere Wales en Schotland dateert uit een vroegere (neolithische) periode, toen nieuwkomers via het huidige Duitsland, Nederland en België het land introkken.
  3. Ook de Scandinavische invloed is beperkt, omdat Noormannen en Vikingen vooral nederzettingen aanvielen waar hun eigen voorouders zich hadden gevestigd.  

Stephen Oppenheimer: The origins of the British (London, 2006) 

€ 18,99/€ 3,99 als e-book, 628 pagina’s 

ISBN 978-1-84529-482-3 

Geplaatst op

Avebury is dé plek voor neolithische Bezienswaardigheden

De bezienswaardigheden van Avebury zijn buitengewoon indrukwekkend, bijna magisch. Een prehistorische superplek die je niet mag missen als je in Engeland bent. Je kan er dagen rondhangen. Heb je daar niet de tijd voor, bezoek dan in ieder geval deze drie plekken. 

Stenen binnen de henge van Avebury

Top bezienswaardigheden in Avebury

Wonderlijk genoeg gaan de meeste toeristen naar Stonehenge dat 45 autominuten zuidelijk ligt. Zij weten waarschijnlijk niet dat Avebury voor de echte liefhebber van steentijdmonumenten veel aantrekkelijker is. Het telt meer, oudere en grotere bezienswaardigheden. Op Windmill Hill bijvoorbeeld – anderhalve kilometer buiten het dorpje – bevinden zich ringpatronen van 5600 jaar geleden. Aan de andere kant van het dorp ligt een oud onttakeld heiligdom. De verdwenen stenen van de cirkels maken nu deel uit van de huizen in het dorp. Het zijn niet de enige keien die zijn missen. In Avebury lopen bijvoorbeeld oeroude paden tussen de lokaties. Enkele daarvan waren geflankeerd door honderden stenen. De meesten zijn er nu helaas niet meer. 

Water 

De reden dat de vroege boeren zoveel moeite deden om dit landschap te transformeren is waarschijnlijk de aanwezigheid van tal van natuurlijke bronnen. Ze zijn vooral in de winter zichtbaar, als de kalkrotsen onder de grond verzadigd raken met water. Her en der ontstaan dan beekjes en plassen. Dat moet veel indruk gemaakt hebben op de eerste bewoners van het gebied. De heuvel, het heiligdom, de paden en de bronnen vormen echter niet de drie absolute hoogtepunten van de bezienswaardigheden in Avebury. Die toppers staan hieronder beschreven. De toerist met een beperkte hoeveelheid tijd, doet er verstandig aan hiermee te beginnen. 

De bezienswaardigheden van Avebury

1. De steencirkel en de henge 

Artistieke interpretatie van het
bovenaanzicht van de henge

Avebury staat vooral bekend om de steencirkel. De stenen bevinden zich binnen een enorme ronde aarden wal met greppel erom. Dit is de henge. Hij heeft een straal van 180 meter. Twee kruisende wegen lopen erdoorheen. Daaraan liggen meerdere huizen, waaronder een oud landhuis (Avebury Manor) met een prachtig aangelegde tuin. Ook het bezoekerscentrum met een tentoonstelling, de eetgelegenheid en het souvenirwinkeltje bevinden zich binnen de henge. Omdat er zoveel te zien en te beleven is, kost een verblijf al snel meerdere uren. Het is fascinerend om de grillig gevormde stenen van dichtbij te bekijken en aan te raken. Een blik vanaf de vijf meter hoge wal in de diepe greppel is bijzonder indrukwekkend. Zeker met de wetenschap dat het hoogteverschil vroeger meerdere meters groter was. Dit is prehistorische landschapsontwikkeling op grote schaal! (Overigens niet zo groot als in het minder bekende Thornborough.)

De ingang van West Kennet Longbarrow

2. West Kennet Longbarrow 

Anderhalve kilometer buiten de henge ligt een bouwwerk dat bijna net zo oud is als de graafwerkzaamheden op Windmill Hill. Het is een langgraf. Net als alles in Avebury is de omvang buitenproportioneel. Meer dan honderd meter. Ter vergelijk; Schimmeres – het enige hunebed dat op een langgraf lijkt in Nederland – meet veertig meter. Als klap op de vuurpijl bevat West Kennet Longbarrow een gang met vijf grafkamers. De diepst gelegen kamer vangt op de kortste dag het licht van de ondergaande zon. Misschien nog indrukwekkender is het gegeven dat deze grafkamers net als elders aangelegde exemplaren gebouwd lijken te zijn voor resonantie bij een bepaalde frequentie. De herrie die hierdoor kan ontstaan is enorm. Dit maakt de toepassing van bepaalde muziekinstrumenten tot een angstaanjagende gebeurtenis. Alsof de doden herrijzen! 

3. Silbury Hill 

Van alle raadselachtige bezienswaardigheden in Avebury roept Silbury Hill misschien nog wel de meeste vragen op. Deze meer dan dertig meter hoge kunstmatige heuvel is zo groot dat Stonehenge moeiteloos op de platte top past. De greppel eromheen leverde het bouwmateriaal. Deze was oorspronkelijk negen meter diep. ‘s Winters loopt er water in. Dat doet vermoeden dat deze grootste kunstmatige heuvel van Europa diende als een soort van heilige obbeservatieplek voor het water. Andere mogelijkheden laten zich afstrepen. Schadelijk tunnelonderzoek uit het verleden leverde namelijk niets op. Geen grafkamers vol goud of potscherven, geen mensenoffers, helemaal niets. Enkel kalksteen, grind en aarde. 

Silbury Hill

tips bij de bezienswaardigheden van Avebury

  • Toegang tot de bezienswaardigheden van Avebury is gratis. Parkeren kost geld, behalve voor leden van The National Trust. Zij kunnen ook gratis naar Avebury Manor en de tentoonstellingen.  
  • De paden tussen drie bovenstaande attracties zijn redelijk goed bewandelbaar. Het zijn graspaden. De totale lengte is rond de vier kilometer. Kijk wel uit met oversteken: Het verkeer komt eerst van rechts en dan pas van links!  
  • Steve Marshall schreef een prachtig boek met de Titel ‘Exploring Avebury. The essential guide’. Ook zijn site exploringavebury.com behoort tot de betere over het onderwerp. Het fotomateriaal alleen al maakt een bezoek de moeite waard.  

Geplaatst op

Stonehenge bezoeken? Lees hier vier redenen om het niet te doen.

 
Stonehenge is het bekendste neolithische monument ter wereld. Denk desondanks twee keer na voor je er naartoe gaat. Waarom? Omdat er betere plekken zijn waar je je kan vergapen aan oeroude bouwwerken of waar je een oeroude spirituele sfeer in je op kan nemen. Voor reizigers die Stonehenge desondanks willen bezoeken, staan hieronder enkele nuttige tips. 

Stonehenge 

Stonehenge staat in Wiltshire, dichtbij Amesbury. Het bestaat uit een steenkring en een aarden wal (henge). Deze vormen het middelpunt van een landschap dat vol ligt met overblijfselen uit de meest recente prehistorie; het neolithicum. Denk bijvoorbeeld aan grafheuvels. De oprichting van Stonehenge kende verschillende bouwfasen tussen 3000 tot 2000 voor Christus. In die tijd moet dat een enorme klus geweest zijn. Dit niet alleen omdat een deel van de stenen helemaal afkomstig is uit Wales, maar ook omdat het geheel in een spel van licht en schaduw heel nauwkeurig de zonnewendes aangeeft. Je kan daardoor precies zien wanneer het de kortste dag is en de winter begint. Ook de start van de zomer op de langste dag is er duidelijk zichtbaar. Daarom komen tot op de dag van vandaag bezoekers van heinde en verre naar deze bijzondere plek om de zonnewendes te vieren.  

Redenen om niet te gaan 

Waarom zou je Stonehenge dan niet willen bezoeken? Nou, daar zijn vier redenen voor: Het is duur, druk, overschat en afgezet. 

  1. Alleen om te parkeren en binnen te komen ben je met een gemiddeld gezin al meer dan vijftig Engelse pond kwijt. Dat nog even los van de onvermijdelijke restauratie en het te dure winkeltje waar boeken en souvenirs gretig aftrek vinden. Een bezoekje aan Stonehenge kost daardoor in totaal al gauw honderd pond. Dat is veel geld voor een bezoek aan een neolithisch monument.
  2. Anderhalf miljoen bezoekers komen per jaar naar Stonehenge. Het gevolg laat zich raden, zeker in de zomervakantie; drommen toeristen op je foto’s, wachttijden en tijdkaders. Zelfs op de nabij gelegen provinciale weg staan altijd files omdat inzittenden van auto’s een glimp van het bouwwerk willen opvangen. En dat in een prehistorisch heiligdom waar je zo mogelijk toch nog iets van een mystieke sfeer wil waarnemen. In een toeristenfuik als Stonehenge is dat heel erg moeilijk. 
  3. Stonehenge is niet de enige en zeker niet de oudste of de grootste steencirkel van het Verenigd Koninkrijk. Er bestaan tal van spannende alternatieven die wat betreft ouderdom, omvang of sfeer meer te bieden hebben. Het is mij daarom een raadsel dat uitgerekend Stonehenge de omslag van mijn toeristengids siert en mede daardoor de meeste bezoekers trekt. De enige reden die ik kan verzinnen is dat de overheid overige sites wil beschermen voor toeristeninvasies en daarom alle aandacht op Stonehenge richt.
  4. Er staan hekjes om de stenen. Bij welke steentijdconstructie ik ook kom, altijd wil ik de stenen even aanraken of op zijn minst van heel dichtbij bekijken. In Stonehenge gaat dat dus niet. Tenminste, niet binnen de reguliere bezoekuren. Ik vind zoiets echt een afknapper.  

Alternatieven voor Stonehenge bezoeken

In het Verenigd Koninkrijk bestaan meerdere plekken die spectaculairder zijn dan Stonehenge. De locatie die ik in dit verband als eerste wil noemen ligt er niet eens zo ver vandaan, want ook Avebury ligt in Wiltshire. De steenkring daar is groter en ouder, de aarden wal is groter en hoger en op loopafstand liggen spectaculaire monumenten als Silbury Hill en West Kennet Longbarrow. Ik vind Avebury daarom interessanter dan Stonehenge. Hetzelfde vind ik overigens ook van Orkney. Deze eilandengroep telt twee steenkringen, een grafheuvel met een spectaculaire kamer en een prachtig complex van stenen huisjes. Ook hier komen toeristen, maar het zijn er veel minder. Reizigers die nog meer intimiteit zoeken kunnen genieten van honderden afgelegen kleinere steencirkels, dolmens of standing stones. Ze komen voor op prachtige plekken in Ierland, Engeland, Wales en Schotland. Om een voorbeeld te noemen; de grootste henge van het Verenigd Koninkrijk is Thornborough. Toen ik er was, kwam ik niemand tegen.

En trouwens ook op het Europese vasteland is genoek te zien. In dit kader kan ik vooral Frankrijk aanbevelen. De talrijke hunebedden in Frankrijk zijn prachtig. In Bretagne is Carnac een topper vanwege de uitgestrekte menhirvelden. Ook het minder bekende Bougon, vlakbij Orleans is overweldigend.  

Redenen om Stonehenge wel te bezoeken

Natuurlijk is er veel voor te zeggen om ondanks bovenstaande bezwaren Stonehenge toch te bezoeken. Zeker als je toch al in de buurt bent. Want zelfs ik voel een kriebeltje in mijn buik als mijn oog voor het eerst op deze iconische stenenstapel valt. Er bestaat oneindig veel beeldmateriaal van. Honderden boeken gaan erover of maken er op zijn minst melding van. Om het dan echt te zien is wel heel bijzonder. De mensendrommen maken op een vreemde manier dat ik er alleen maar beter van doordrongen raak dat ik op een even historische als magische plek ben. Het is alsof ik even een stukje oeroud collectief bewustzijn instap. Het meest geniet ik als ik afstand neem van de steencirkel en de ligging van de prehistorische tempel in het groene heuvelachtige landschap zie. Dan merk ik op hoe bijzonder het monument ligt, zichtbaar van verre en alle aandacht naar zich toe trekkend. Weinig toeristen nemen de moeite om dit omvangrijke terrein te verkennen, terwijl er toch veel te ontdekken valt. En voor reizigers die de aanwezigheid van een winkeltje, speeltuin, cafetaria en expositie waarderen, is Stonehenge zonder twijfel interessant. 

Tips 

Ga niet onvoorbereid naar Stonehenge. Allereerst: Reserveer van tevoren een kaartje via de website van English Heritage. Dat voorkomt teleurstellingen en frustrerend lange wachttijden. Als reserveren niet lukt, ga dan heel vroeg of heel laat, want dan zijn de rijen het kortst. Ten tweede: Toeristen die van plan zijn meer historisch sites te bezoeken doen er goed aan lid te worden van English Heritage of National Trust. Het geïnvesteerde bedrag laat zich binnen mum van tijd terugverdienen door uitgespaarde entreeprijzen en parkeerkosten. De laatste voorbereidingstip is je goed in te lezen, want met een beetje kennis krijgt de aanblik van de stenen veel meer betekenis en is het makkelijker optimaal te genieten van deze bijzondere locatie.

Conclusie 

Er bestaan meer spectaculaire neolithische sites in Engeland, het Verenigd Koninkrijk en Europa dan Stonehenge alleen. Sommige daarvan kunnen de concurrentie met de wereldbekende topattractie met gemak aan. Bijvoorbeeld omdat ze goedkoper, ouder, groter of rustiger zijn. Dat geldt onder andere voor het nabijgelegen Avebury. Toeristen die Stonehenge desondanks willen bezoeken doen er goed aan hun bezoek van tevoren goed te plannen en eventueel lid te worden van English Heritage of National Trust.

Geplaatst op

Lanyon Quoit. Het omgewaaide hunebed dat nog mooier werd

Storm over Engeland

Duizenden jaren staat Lanyon Quoit fier overeind op het kale met heide bedekte heuvellandschap van Cornwall. De deksteen staat zo hoog op vier dragende stenen dat een man er op zijn paard onderdoor kan rijden. Tot 1815. Het is het jaar dat Napoleon troonsafstand doet. Stormen teisteren Europa, ook het Verenigd Koninkrijk. Lanyon Quoit bezwijkt erdoor. Een dragende steen raakt onherstelbaar beschadigd. De lokale bewoners trekken het zich erg aan; er zijn veel meer neolithische monumenten in de omgeving, maar niet een zo hoog als deze. Herstel is gewenst. Actie volgt. In 1924 is er genoeg geld. Kapitein Giddy van de Royal Navy coordineert de restauratie. Maar wat er komt te staan lijkt niet meer op de oude dolmen. Het resultaat telt drie draagstenen en is manshoog. Het neolithische monument schittert nooit meer in zijn oude glorie.

Lanyon Quoit wordt een icoon

Is dat erg? Voor historici en archeologen is het een groot gemis. Voor esthetici minder. De deksteen staat steviger en lager, maar ook mooier. Het levert van bijna ieder gezichtspunt een prachtig plaatje op. Niet voor niets is het tegenwoordig een van de meest gefotografeerde dolmens van het Verenigd Koninkrijk. Er staan duizenden foto’s van op Internet. Dat neemt niet weg dat het nog kaal en winderig is in het verlaten landschap rondom Lanyon Quoit. Souvenirwinkeltjes, kaartjesloket of touristendrommen vind je er niet. Maar zoek en je zal vinden; dit megalithische wonder ligt ten noordwesten van Penzance, 50 meter ten westen van de weg van Madron naar Morvah.

Betovering

Ik zie de stenen van Lanyon Quoit voor het eerst op mijn computerschem. Het beeld betovert mij. De foto’s komen gelijk in een speciaal mapje waar ik afbeeldingen van iconische hunebedden bewaaar, speciaal voor toekomstige schilderprojecten. Na enige tijd begin ik te schilderen op stukken behangpapier van 24 x 32 centimeter. Eerst twee stukken. Dan doe ik iets wat ik jaren niet heb gedaan. Ik ga aquareleren. Twee keer. Het resultaat bevalt me, maar desondanks keer ik terug naar het behang, want ik heb het voornemen primitieve tekeningetjes toe te voegen. Als oude scandinavische afbeeldingen met een sterk verhalend karakter. Terwijl ik schilder beeld ik me onder de betovering van Lanyon Quoit avonturen, legendes en mythen uit lang vervlogen tijden in. Wie goed kijkt naar de laatste drie schilderingen van Lanyon Quoit kan ze meebeleven.

Meer hunebedkunst vind je in de galerie.