Geplaatst op

De prehistorie in romans. Oertijd avonturen in Europa en Amerika

Prehistorie in romans

Oermensen – inclusief neanderthalers – figureren in tal van romans. Ik heb een stapeltje romans over de prehistorie thuis liggen. Een overzicht.

Net als de meeste lezers begon ik met ‘De stam van de holenbeer’ van Jean M. Auel. Het was het eerste boek voor een groot publiek dat zich afspeelde in de prehistorie. Volgens velen is het nog steeds het beste. In tweedehands boekwinkeltjes, museumshops en kringloopwinkels ontdekte ik in binnen- en buitenland door de jaren heen een groeiend aantal romans die iets te maken hebben met de prehistorie. Ze staan hieronder beschreven. De sterren geven aan hoe goed ik het boek vond met een maximum van vijf stuks. Beschouwingen over makkelijk verteerbare non-fictie staan elders op deze site: ‘Oermensen op kantoor’, ‘Oertijdnostalgie’ en ‘Bojs: Mijn Europese familie’. Lees ook vooral de blog over boeken over de prehistorie.

De prehistorie in romans, Europa

Jean M. Auel: De stam van de holenbeer (1980, ****)

Klassieker en het begin van een succesvolle reeks dikke romans over de prehistorie. Ik deel het algemeen heersende  enthousiasme voor een flink deel. Het is onwaarschijnlijk knap zoals Auel een geloofwaardig beeld geeft van het prehistorische leven. De beschrijvingen van menselijke verhoudingen, ontdekkingen, uitvindingen, cultuur, jacht zijn meeslepend;  als hoofdpersoon Ayla soep, thee of geneesmiddelen maakt, heb ik het  gevoel dat ik over haar schouder meekijk. Haar belevenissen zijn aangrijpend en haar karakter is bewonderenswaardig.

Desondanks blijf ik voorlopig steken bij het vierde deel van de reeks. De redenen zijn:

  1. Auel heeft erg veel woorden nodig om haar verhaal te vertellen. Veel herhaling en omhaal van woorden maken dat ik hier en daar verveeld raak.
  2. Ik haak af als Ayla niet alleen betrokken is bij domesticatie van honden, paarden en leeuwen, maar ook getuige is van de uitvinding van de naald, de speerwerper en nieuwe steenbewerkingstechnieken. Dat zijn te veel baanbrekende revoluties voor een mensenleven.
  3. Al die liefdesperikelen geven mij het idee dat ik een prehistorische doktersroman zit te lezen.

Ayla dient de bewondering van de lezer op te wekken als verpersoonlijking van alle vindingrijke en moedige jager-verzamelaars in de prehistorie. Het is de bedoeling van Auel dat de lezer zich makkelijk met haar kan vereenzelvigen, onder andere door middel van haar liefdesleven. Bij mij wekt ze daarentegen na drie boeken verveling en lichte irritatie op. Waarschijnlijk ligt dat aan mij en niet aan deze boeken die duizenden andere lezers hebben bekoord.

Cecilia Holland: Zuilen van de hemel (1985, *****)

Dit is een boek over de jongste steentijd; de tijd van hunebedden en steencirkels. En zelfs een beetje over de bronstijd, want aan het einde doen de eerste metalen voorwerpen hun intrede. Tegelijkertijd nadert Stonehenge zijn voltooiing. 

Hoofdpersoon is Moloquin. Dit boek beschrijft zijn leven van zijn kinderjaren tot zijn dood. Hij groeit als verschoppeling op tussen de vervallen resten van het oudste Stonehenge, een plek voor overleden stamleden. Zijn vader Ladon is stamhoofd en wil niets van hem weten. Met reden, want Ladon voelt zich schuldig als hij kijkt naar deze zoon, die hij bij zijn verstoten zuster heeft verwekt. Ten einde raad verkoopt Ladon Moloquin als slaaf aan een handelaar. De jongen kruipt uit dit diepe dal en uiteindelijk initieert hij zelfs de laatste bouwfase van Stonehenge. 

Schrijfster Cecilia Holland is een routinier in het historische genre. Ze beheerst haar vak in alle facetten. ‘Zuilen van de hemel’ biedt een boeiend en overtuigend verhaal met geloofwaardige karakters en gebeurtenissen. Haar beschrijvingen van de historische context zuigt de lezer echt in het neolithicum. Vooral als zij de verwondering bij de eerste boeren beschrijft op het moment dat zij voor het eerst metaal zien, laat zij blijken zich heel goed in te kunnen leven in de tijd van onze voorouders. Een van de beste romans over de prehistorie! Spannend, realistisch en fantasierijk.

Peter Schaap: Ogen van ivoor (1995, *****)

De auteur van dit boek is een Nederlander die zijn sporen al ruimschoots had verdiend in het fantasy-genre. Zelf was ik liefhebber van zijn werk voor ik in dit boek begon. Mijn verwachtingen waren daardoor hoog gespannen. Desondanks stelde ‘Ogen van ivoor’ me niet teleur. Het is om een aantal redenen een heel sterk boek.

Allereerst blijkt op iedere pagina dat Schaap niet alleen heel veel weet over de prehistorie, maar zich ook heel goed kan inleven in de prehistorische mens. Daarbij weet hij geloofwaardige karakters neer te zetten die interessante ontwikkelingen doormaken. Dat maakt het geheel enorm overtuigend.

Ten tweede slaat hij nergens door in groteske scenes die zoveel van zijn collegae wel inzetten. Natuurrampen en moordpartijen gaat hij zorgvuldig uit de weg, zelfs daar waar ze deel van het verhaal uitmaken.

Hoofdpersoon is het blinde meisje Iki dat in het begin van het boek alleen de winter moet zien te overleven. Ze krijgt hulp van de geest van een overleden sjamaan. Al vrij snel ontmoet ze twee jonge broers van een andere stam die constant ruzie met elkaar hebben en onder andere strijden over de vraag of ze haar al dan niet moeten laten leven. Dit leidt uiteindelijk tot een geschiedenis waarin het paranormale en sjamanisme een hoofdrol spelen. De sensationele ontknoping is huiveringwekkend spannend, verrassend en ontroerend. Voor mij biedt die finale alleen al genoeg reden om ook de andere vier romans die Schaap schreef over de prehistorie aan te schaffen.

Bernard Cornwell: Stonehenge (1999, ***)

Drie broers strijden met elkaar om het leiderschap van een stam. Eentje is een krijger, de tweede een priester en de derde een bouwer. Zij dreigen en manipuleren elkaar. Zij staan elkaar zelfs naar het leven. Verraad, verkrachting, moord en oorlog zijn het gevolg. Desalniettemin zien zij zich verenigd in één doel; de bouw van een vernuftig opgezette stenen tempel gewijd aan de zon.

Niemand weet hoe en waarom Stonehenge verrees, ook Bernard Cornwell niet. De schrijver geeft dat eerlijk toe in zijn nawoord, dat ik ervaar als een van de interessantste delen van dit boek. Dat is namelijk de plek waar hij zijn fictie verbindt aan de historische realiteit. De rest bevat zoveel onzin en buitensporig geweld dat ik met tegenzin doorlas. Maar doorlezen deed ik, want al dat bloed en al die hinderlagen en intriges maakten het verhaal wel erg spannend.

Nicholas J. Conard en Jürgen Wertheimer: Die Venus aus dem Eis (2010, *****) 

De auteurs zijn professoren. Hun gemeenschappelijke kennis van taal, literatuur, geschiedenis en kunst leidt tot een van de meest geloofwaardige romans die ik tot nu toe gelezen heb over de prehistorie. Dat komt niet alleen doordat bestaande vondsten en locaties het uitgangspunt vormen. Ook de toevoeging van enkele korte informatieve tekstkaders geeft het boek een extra lijntje naar de historische werkelijkheid. 

Desondanks leest het boek als een trein. De beschrijvingen zijn beeldend en soms bijna poëtisch. De karakters en hun onderlinge relaties boeien van begin tot eind. Het is een prachtig boek over de komst en betekenis van abstracte beelden, nieuwsgierigheid naar het onbekende en samenwerking in jacht en oorlog. Ook de machtige natuur van het prehistorische Donaudal en de enorme Alpengletsjers uit die tijd spelen een belangrijke rol. Het geheel is gevat in meeslepende avonturen. Helaas alleen verkrijgbaar in het Duits.

De prehistorie in romans, Amerika

Michael Gear en Kathleen O’neal Gear: Het volk van de wolf (1991, *****)

De jonge jager Rent In Licht heeft visioenen die zijn volk kunnen redden van honger en oorlog. Hij hoopt zijn volgelingen door een tunnel van ijs te leiden naar een land van vrede en voorspoed. Zijn even wrede als oorlogszuchtige broer probeert hem tegen te houden. En dan zijn er ook nog een paar andere types die roet in het eten kunnen gooien; een jaloerse sjamaan, een vijandelijk stamhoofd en een geliefde die nadelige invloed heeft op de gave van Rent in Licht.

Het verhaal speelt zich 15.000 jaar geleden af als de eerste mensen via Siberië naar Amerika komen. De stam van Rent In Licht doet dikwijls denken aan de oorspronkelijke bewoners van Amerika en mede daardoor maakt het geheel een geloofwaardige indruk. De beschrijvingen van de continue strijd om het bestaan versterken dit. Boeiende karakters en verrassende plotwendingen staan garant voor een flinke dosis spanning. Het schrijversduo Gear – zij archeoloog en historicus, hij schrijver – brengt het geheel met vaart en geeft blijk van uitstekende taalbeheersing. Eigenlijk kan ik geen enkel nadelig aspect aan dit boek benoemen. Toppertje dus!

Het tweede deel van deze cyclus heet Het volk van Vuur. Rent In Licht speelt daar geen rol van betekenis meer in, want het verhaal speelt zich vele jaren later af. Desondanks beschikt dit boek over de zelfde vaart, spanning en geloofwaardigheid. De Gears weten duidelijk hun hoge niveau vast te houden. Misschien is dit wel de beste romanreeks over de prehistorie!

William Sarabande: Over een zee van ijs (1993, ****)

Aan het eind kon ik het boek niet meer wegleggen. Dit is een van spannendste romans die ik over de prehistorie heb gelezen. En ik heb nog negen vervolgen in de kast liggen. Het elfde deel is tweedehands moeilijker verkrijgbaar, maar dat probeer ik nog in handen te krijgen.

Hoofdpersoon Torka steekt tijdens de ijstijd een drooggevallen landmassa over van Azië naar Amerika. Tijdens die tocht overkomen hem de vreselijkste dingen; woeste mammoeten, valse mensen en natuurgeweld tergen hem en zijn getrouwen tot het uiterste. Dit alles culmineert aan het slot tot een even meeslepende als gewelddadige apotheose.

Toch ben ik niet onverdeeld enthousiast over dit boek. Hier en daar heb ik moeite om mee te gaan in de verbeeldingswereld van Sarabande, die eigenlijk Joan Cline heet. Daar zijn drie redenen voor. De eerste heeft te maken met de historische geloofwaardigheid: een handje vol mensen hanteert 40.000 voor Christus een katrol, vindt een speerwerper uit en domesticeert voor het eerst een hond. Dat is naar mijn smaak iets te veel genialiteit in zo’n klein tijd- en ruimtekader. Dit is een euvel waar de aardkinderen van Auel overigens ook aan lijdt. De tweede reden is dat er dermate bizarre mensenstammen in het boek voorkomen dat ik bijna afhaak; van extreem luie bijna apathische viezeriken die baby’s eten tot getatoeëerde slavenhandelaren. Tot slot – en dat stoort mij misschien nog wel het meest – krijg ik door de kunstmatige vertelstructuur, met zorgvuldig geplaatste informatie ter voorbereiding van wat gaat komen en wel heel toevallige samenlopen van omstandigheden, het gevoel dat er met mij als lezer een loopje wordt genomen.

Sarabande komt uit Hollywood. Net als de films uit die stad is dit boek in hoge mate beeldend, onderhoudend en spannend. Deze Kwaliteiten zijn bereikt door concessies te doen aan de aannemelijkheid. Het tweede deel, ‘Gang der stormen’, maakt het in dat opzicht nog bonter met de introductie van een bigfoot- of yeti-achtig wezen. Dit deel is nog minder geloofwaardig dan het eerste. Desondanks is hij minstens net zo spannend. Misschien welomdat het nog een tikkeltje gewelddadiger is.

Megan Lindholm: Het rendiervolk & Wolfs broeder (2000, ****)

Strikt genomen spelen deze romans zich niet af in de steentijd; de eerste bronzen voorwerpen hebben al hun entree gemaakt in de tijd dat deze boeken zich afspelen. Toch is er aandacht voor ‘Het rendiervolk’ en ‘Wolfs broeder’ op deze site, want het volk uit de titel van het eerste boek werkt nog met steen. En ook het bronstijdperk behoort tot de prehistorie.

Hoofdpersonen zijn de genezeres Tillu en haar zoontje  Kerlew. Ze zijn op de vlucht voor de onaangename sjamaan Carp en vinden een schuilplaats bij het rendiervolk. Daar wachten hen nieuwe problemen terwijl Carp naderbij komt.

Megan Lindholm – ook bekend als Robin Hobb – weet de lezer heel goed de gevoelswereld van haar personages binnen te trekken. De leefomstandigheden en de natuur zet zij even overtuigend neer; zij heeft duidelijk veel research gedaan. Enige nadeel is dat de eerste helft van het boek hier en daar wat voortkabbelt, maar na een onverwachte moord raakt het verhaal gelukkig in een stroomversnelling. Een en ander leidt naar een open einde dat een opmaat blijkt naar het tweede deel ‘Wolfs broeder’, waarin de stambruut Joboam en de irritante Carp de spanning steeds verder opbouwen tot een gewelddadige climax. Deze goed geschreven roman is boeiend, maar weet nergens echt te verrassen.

De prehistorie in romans; neanderthalers

Isaac Asimov en Robert Silverberg: Proefkind (1993,***)

Een stel bevlogen wetenschappers is erin geslaagd een neanderthalerkind naar het heden te transporteren. Het blijkt lastig om de buitenwereld ervan te doordringen dat een neanderthaler ook een mens is. Het jongetje leidt daar steeds zwaarder onder. Ondertussen spelen commerciële en publicitaire belangen bij de organisatie die het wonder heeft bewerkstelligd. Het project dreigt de interesse van management en publiek te verliezen. Al met al buitengewoon ongeloofwaardig. Bovendien lijdt dit boek aan een gebrek aan spanning. Dat geldt dan weer niet voor de spaarzame hoofdstukken die zich afspelen in de prehistorie; die maken een boel goed.

John Darnton: Neanderthaler (1996, **)

Dit boek bevat veel elementen die ergernis opwekken. Zo noemt Darnton Neanderthalers consequent mensachtigen of wezens, terwijl ze toch echt een menssoort zijn. Daarnaast staat het boek bol van clichés en sensatiezucht: De verborgen vallei, kannibalisme, parapsychologie, geheime overheidsorganisaties, seks en overdadig geweld. Geen middel laat Darnton onbenut om van zijn verhaal een ware bestseller te maken. Opzichtig voegt hij de X-files en goedkope horror samen in dit boek dat even ongeloofwaardig is als Jurassic Park. De karakters zijn ook al net zo plat als die uit de dinokaskraker uit Hollywood; ze maken geen enkele ontwikkeling door. Lezers die zich over deze tekortkomingen heen kunnen en willen zetten wacht een spannende thriller. Het met vaart geschreven boek leidt naar een confronterende conclusie, want in de strijd om het bestaan blijkt het niet de vriendelijkste menssoort die als overwinnaar uit de strijd komt.

Romans over de prehistorie op de plank:

  • Elizabeth Marshall Thomas: De maan van het rendier (1987).
  • Jan Houdijk: Raven (1989).
  • William Sarabande: Land der verlorenen (1993).
  • Peter Schaap: Ogen van ivoor (1995).

Geplaatst op

Grebbeberg. Ooit was het ijs hier zo hoog als De Eiffeltoren

Wie denkt aan de Grebbeberg denkt waarschijnlijk gelijk aan de slag om de Grebbeberg tijdens De Tweede Wereldoorlog. De geschiedenis gaat er echter veel verder terug. Tot in de oertijd. Dat zie je onder andere aan een 52 meter hoge stuwwal met schijnbaar loodrechte helling. Hij is ontstaan in de voorlaatste ijstijd en biedt een weidse blik op trage rivieren die langzaam door oneindig laagland gaan. Verder lezen Grebbeberg. Ooit was het ijs hier zo hoog als De Eiffeltoren

Geplaatst op

In het Rijksmuseum van Oudheden blijkt De steentijd ook van hout

Day 3: Vessel

Het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden bezit een fascinerende collectie prehistorische stukken. Oude botten, stenen en andere artefacten uit de oertijd maken er het verste verleden tastbaar. Hieronder de beschrijving van een paar hoogtepunten.  

De prehistorische afdeling bevindt zich op de bovenste etage. Als je onbevangen en onbevooroordeeld het museum inloopt, bestaat daardoor de kans dat je blijft hangen bij de prachtige collecties uit de Egyptische, Griekse of Romeinse oudheid. Voor je het weet is dan je dag voorbij. Wees dus gewaarschuwd! Neem ruim de tijd voor je bezoek. Of beter nog: Ga twee keer. Maar laat je in geen geval te lang afleiden in je tocht naar de prehistorische afdeling. Tenzij er een bijzondere tentoonstellingen over een prehistorisch onderwerp staat opgesteld. In dat geval valt er extra veel te bekijken. 

Deel collectie Rijksmuseum van Oudheden

Tentoonstellingen van het Rijksmuseum van Oudheden

Drie specifieke afgesloten tentoonstellingen over de prehistorie staan mij nu bij. De eerste is die speciaal voor kinderen over de ijstijd. Ik zie het nog voor me: De kleintjes hebben dikke pret met dierenvellen en ander illustratief materiaal. Schijnbaar opgezette wollige olifantjes en sabeltandtijgers creëren een spannend sfeertje. Terwijl de kinderen nerveus lachen sta ik met mijn neus tegen de vitrine die een handjevol replica’s herbergt van de kleine dikke vrouwenfiguurtjes of Venussen. Iets verder zie ik nagemaakte grottekeningen en ik probeer me voor te stellen hoe de Cro-Magnon mens 25.000 jaar geleden de koude wereld om hem heen probeerden te vatten in kleurstof, bot en steen. Helemaal top!

Krijn in het Rijksmuseum van Oudheden

Daarnaast staat mij de tentoonstelling over Neolithisch malta nog levendig voor de geest. Prachtige replica’s van millennia oude tempelcomplexen en ook hier weer piepkleine beeldjes van weelderige vrouwenfiguren. Aan de naburige tentoonstelling over Doggerland – het ondergelopen land in de Noordzee – denk ik vooral terug omdat ikzelf resten bezit, gevonden op het mammoetstrand van de Maasvlakte. Hier zag ik een stukje van Krijn, de oudst (deels) teruggevonden mens in Nederlands grondgebied. Het is een neanderthaler die 50.000 jaar geleden leefde.  

Leiden: Vondsten uit hunebed D19 (Drouwen-W)

De verwachte stenen … 

Het heet niet voor niets het ‘stenen’ tijdperk. Wanneer je in de richting van de prehistorische afdeling loopt verwacht ik stenen. Hele oude en iets minder oude. Grotere en kleinere. En inderdaad; de oudste objecten die er liggen zijn vermoedelijk zo’n 250.000 jaar oud. Denk onder andere aan vuistbijlen, schrapertjes, mesjes en pijlpuntjes van steen. En natuurlijk ligt er ook prachtig bandkeramiek; vondsten van duizenden jaren oud uit onze Drentse hunebedden. In dit geval een grote vitrine vol gevonden grafgiften uit Hunebed D19 bij Drouwen. Maar er zijn ook objecten die ik niet verwacht. 

Leiden; hout in het Rijksmuseum van Oudheden

… en het onverwachte hout 

Het is een stuk bewerkt eikenhout van zo’n 12,5 centimeter. Volkomen gaaf, alsof het gisteren is gesneden en in de olie is gezet; een houten popje van 5.300 voor Christus, destijds ergens bij het huidige Willemstad verstopt tussen de wortels van een boom. Armen en benen heeft hij niet. De ogen, neus, mond en zelfs de jukbeenderen zijn duidelijk herkenbaar. Of het een lach of een grijns is op zijn gezicht kan ik niet zien. De functie die het had is onbekend. Alles is mogelijk, van speelgoed tot tovermiddel. Daar vlak naast ligt een lange boot die nog als zodanig herkenbaar is, evenals een meterslange fuik van twijgjes. Door dit soort objecten realiseer ik me dat het stenen tijdperk ook een tijdperk van andere materialen is geweest; hout, riet, botten, geweien, vlas. Na de IJstijd was hout uit het uitgestrekte oerbos ruim voorradig.

Laatjes

Als je de grafgiften uit D19 voorbij bent, lijkt het alsof er niets prehistorisch meer komt. Maar als je de route blijft volgen kom je nog bij een grote ladekast. De laatjes herbergen verschillende bodemvondsten, keurig gecategoriseerd per provincie. Daarin liggen nog tal van vuistbijlen en ander prehistorisch gereedschap. Mis het niet! Het is een leuke regionale afsluiting van nationale collectie in het Rijksmuseum van Oudheden. Geïnteresseerd? Neem dan een kijkje op op de website.