Het grootste automuseum van de wereld bevindt zich in Mulhouse, een stad in het oosten van Frankrijk. Een bezoek is de moeite meer dan waard, want de immense verzameling van de Cité de l’Automobile in Mulhouse toont aan dat auto’s niet altijd in massa geproduceerde consumptieartikelen waren. Je ziet er maatwerk, topdesign, luxe, innovatie en ambacht. Alle auto’s die er staan zijn met passie, creativiteit en technisch vernuft gemaakt. Het lijkt wel kunst…

Vis-à-vis
Sommige aanwezige oldtimers lijken op houten koetsen met verbrandingsmotoren. Anderen zijn zo smal dat de twee inzittenden achter elkaar moeten zitten. Ook bijzonder is de vis-à-vis; een auto waarin de inzittenden tegenover elkaar zitten. De bestuurder kijkt dus niet alleen uit op de weg, maar ook op twee passagiers.
Als je erover nadenkt is zo’n vis-à-vis niet eens zo gek. Hij is immers gemaakt in een tijd dat de wegen nog leeg waren en er zachtjes gereden werd. Voor een gezellig tochtje met de auto kun je eigenlijk geen beter ontwerp bedenken.

100 Bugatti’s in het automuseum in Mulhouse
In dit immense automuseum — gevestigd in een oude textielfabriek — staan onder andere zo’n honderd Bugatti’s. Het zijn klassieke racewagens en glimmende luxe limousines van onschatbare waarde. Ooit rolden ze uit de fabriek van Ettore Bugatti in Molsheim, dat ongeveer honderd kilometer ten noorden van het automuseum in Mulhouse ligt. Beide steden liggen in de Elzas.
Behalve veel Franse auto’s, staan er ook veel Duitse modellen in de Cité de l’Automobile, voornamelijk van het merk Mercedes-Benz. Strikt genomen zijn de vroegste Bugatti’s overigens ook Duits. Ze zijn namelijk gebouwd voor de Eerste Wereldoorlog, toen de Elzas nog bij het Duitse Rijk behoorde.

Mercedes-Benz 300 SL
In een aparte nis staat een van de opvallendste auto’s ooit gemaakt: de Mercedes-Benz 300 SL. Technici raken er enthousiast van omdat dit de eerste in serie geproduceerde auto met brandstofinjectie is. De rest van de bezoekers kijkt vooral naar de spectaculaire vleugeldeuren van deze sportieve coupé uit de jaren ‘50. Als ze beide open staan lijkt het of de auto zo weg kan vliegen.
Voor zowel de Bugatti’s als de Mercedes-Benz 300 SL geldt dat de kans klein is dat je deze auto’s ooit op de openbare weg ziet. Bezitters koesteren hun modellen en laten die meestal in hun garage staan. Gek is dat niet, want de waarde ligt al snel rond de € 2.000.000,–.

Frankrijk was ooit hét autoland van Europa
Vandaag domineert een beperkt aantal grote merken de Franse auto-industrie; Renault, Citroën en Peugeot. De twee laatstgenoemden behoren tot hetzelfde concern. Rond 1900 was dat anders. Frankrijk was toen een waar laboratorium op het gebied van automotive. Honderden fabrikanten experimenteerden met techniek, design en motoren.
Veel van die merken verdwenen door economische crises, oorlogen of simpelweg omdat de concurrentie te sterk werd. Schaalvergroting maakte bijvoorbeeld een einde aan het merk Simca dat ook in ons land bijzonder populair was. In Mulhouse komt vergane Franse glorie weer tot leven. Drie voorbeelden:

- Delahaye: Franse elegantie op zijn mooist
De modellen van Delahaye behoren tot de blikvangers van het museum. Deze auto’s zijn geen gewone voertuigen meer, maar rijdende kunstwerken. Vooral de modellen uit de jaren dertig hebben een bijna sculpturale schoonheid: lange spatborden, sierlijke lijnen en interieurs die doen denken aan luxe salons.
Delahaye bouwde sportwagens en exclusieve auto’s voor de elite. Toch bleek exclusiviteit uiteindelijk niet voldoende om te overleven. Na de Tweede Wereldoorlog verloor het merk de strijd van goedkopere massaproductie.
- Delage: snelheid en raffinement
Ook Delage maakt indruk. Waar Delahaye vooral elegantie uitstraalt, draaide het bij Delage meer om prestaties en technische verfijning. Het merk won internationale races en gold ooit als technologisch toonaangevend.
De auto’s ogen lichter en sportiever dan veel tijdgenoten. Toch verdween ook Delage uiteindelijk van het toneel. Zelfs prestigieuze overwinningen in de racerij leverden geen financieel succes op.
- Voisin: auto’s uit de toekomst
Misschien wel het meest verrassende merk in Mulhouse is Voisin. Ontwerper Gabriel Voisin kwam uit de luchtvaart en dat zie je onmiddellijk terug in zijn ontwerpen. Terwijl andere fabrikanten nog klassieke vormen gebruikten, bouwde Voisin futuristische auto’s met strakke geometrische lijnen en experimentele aerodynamica.
Sommige modellen lijken zelfs vandaag nog modern. Het zijn auto’s die hun tijd ver vooruit waren.

Vergankelijkheid
Wat tijdens het bezoek aan het automuseum in Mulhouse vooral opvalt, is hoe snel industriële roem kan verdwijnen. Veel van deze merken waren ooit geliefd bij aristocraten, beroemdheden en industriëlen. Sommigen hadden zelfs een betere reputatie dan Rolls-Royce. Nu staan ze alleen nog in musea en bij excentrieke verzamelaars. Alhoewel…
Het kan gebeuren dat je een moderne Bugatti of een Hispano-Suiza langs ziet rijden. Deze merken hebben namelijk relatief recent een tweede leven gekregen. Wie weet is er dus nog hoop voor Delahaye, Voisin, Simca en Delage.
