Dolm

Zweden. Rotsen, barnsteen, brons, ijzer en staal 

Zweden heeft veel bodemschatten, waaronder barnsteen en ijzer. Deze grondstoffen bleken de afgelopen eeuwen belangrijk voor de ontwikkeling van het land. Het verhaal hieronder begint met rotstekeningen van jagers en krijgers en eindigt met een Saab 99.

Rotsen in Zweden

Prehistorische rotstekeningen worden ook petrogliefen genoemd. De makers gebruikten stenen hamers en beitels. Soms brachten zij tot slot rode verf aan. De meeste voorstellingen dateren uit de bronstijd, sommige uit de steentijd. Vaak stellen zij mensen, symbolen of dieren voor. Ook lange, smalle boten met bemanning komen vaak voor.

Archeologen vonden veel rotstekeningen in het zuiden van Zweden. Een beroemd gebied is Tanum in Bohuslän. Daar bevinden zich honderden afbeeldingen bij elkaar. UNESCO plaatste dit gebied op de Werelderfgoedlijst. Ook in andere delen van Zuid- en Midden-Zweden ontdekten onderzoekers petrogliefen. Vaak kozen de makers locaties dicht bij de kust of bij oude waterwegen.

Brons

De Zweedse bronstijd duurde ongeveer van 1700 tot 500 voor Christus. Lokale bewoners leefden toen van landbouw en veeteelt. Zij verbouwden graan, zoals gerst en emmer. Zij hielden runderen, schapen en varkens. Jacht en visserij bleven belangrijk als aanvulling. Boerderijen bestonden uit lange huizen van hout, leem en riet. Mensen en dieren verbleven soms onder één dak. Nederzettingen lagen vaak op hogere zandgronden of nabij water.

Barnsteen in Zweden

Handel speelde een grote rol. Brons kon niet lokaal worden geproduceerd, omdat koper en tin schaars waren. Deze grondstoffen kwamen onder andere in ruil voor barnsteen naar Zweden, bijvoorbeeld uit Midden-Europa. Handelsroutes strekten zich uit tot het huidige Denemarken en Noord-Duitsland. Invloeden uit deze regio’s zijn zichtbaar in bronzen wapens, sieraden en kunst uit die tijd. Het bezit ervan gaf prestige. Tegelijk bleef steen nog in gebruik voor alledaagse werktuigen.

De samenleving kende verschillen in status. Dat blijkt duidelijk uit met kostbare giften gevulde grafheuvels. Sommige personen werden begraven met zwaarden en geïmporteerde voorwerpen. Zulke graven wijzen op een elite. Macht was waarschijnlijk in handen van lokale leiders. Zij controleerden handel en hadden de beschikking over religieuze rituelen. Familiebanden en verwantschap speelden een belangrijke rol in de organisatie van de gemeenschap.

IJzer in Zweden

Met de ijzertijd veranderde alles. In tegenstelling tot koper en tin kwam ijzererts wél veel voor in Zweden. Vooral moerasijzererts en erts uit Midden-Zweden werden benut. Daardoor ontstond vanaf circa 500 voor Christus een meer zelfstandige metaalproductie. Aanvankelijk werd ijzer geproduceerd in kleine leemovens. Het resultaat was smeedbaar ijzer (geen gietijzer). Dit ijzer werd gebruikt voor landbouwwerktuigen, messen en wapens.

Tijdens de Vikingtijd nam de productie toe. IJzer werd een belangrijk exportproduct. Scandinavië leverde ijzer aan andere delen van Europa. De beschikbaarheid van ijzer stimuleerde landbouw, oorlogsvoering en handel. 

In de 17e eeuw werd Zweden een Europese grootmacht. IJzer speelde daarin een sleutelrol. Het land werd een van de grootste ijzerexporteurs ter wereld. Vooral staafijzer was gewild. Zweeds ijzer vond onder andere afzet in Engeland.

Staal

In de 19e eeuw begon de overgang naar moderne staalproductie. Nieuwe methoden en toepassingen ontstonden. En zo komen we bij de Saab 99; een middenklasseauto. Het model werd geproduceerd van 1968 tot 1984. De auto markeerde een technische en stilistische breuk met eerdere Saab-modellen als de Saab 96. Hij kreeg een moderner, hoekiger carrosserieontwerp en een grotere wielbasis. Er werd sterk ingezet op veiligheid, rijeigenschappen en technische innovatie. De 99 vormde later de basis voor de Saab 900. Een 99 Turbo leverde circa 145 pk, wat in die tijd bijzonder veel was voor een middenklasser met voorwielaandrijving.

Next Post

© 2026 Dolm

Theme by Anders Norén