Dolm

Het zwevende schaakbord

Het zwevende schaakbord is een raadselachtig object uit de middeleeuwse Arthurtraditie. Op het eerste gezicht lijkt het een charmant sprookjesachtig verzinsel. Bij nadere beschouwing blijkt het bord te beschikken over een gecompliceerde, symbolische betekenis.

Dat weerhield Louis Couperus er niet van om er gekkigheid mee uit te halen.

Literaire context: De Middelnederlandse Arturroman

In de 12e en 13e eeuw beleefde de Arthurroman een bloeiperiode. Waar de Franse traditie (met auteurs als Chrétien de Troyes) de basis legde, ontwikkelde de Middelnederlandse traditie een eigen dynamiek.

In deze romans is het hof van Koning Arthur het centrum van beschaving, ridderlijkheid en rechtvaardigheid. Magische verschijnselen aan het hof spelen daarbij een specifieke literaire rol. Ze moeten namelijk de queeste (zoektocht) in gang zetten: Wonderlijke objecten dagen in Arturromans de ridders uit om hun comfortabele hof te verlaten en hun moed en trouw te bewijzen in de gevaarlijke buitenwereld.

In dat opzicht is het in die boeken een komen en gaan van schalen, bekers, zwaarden en relieken.

Walewein

Verhalen waarin het zwevende schaakbord voorkomt

Het bekendste voorbeeld van een zwevende schaakbord vinden we in de Middelnederlandse Arturroman Walewein en het schaakspel, geschreven door Penninc en Vostaert in de 13e eeuw. In dit verhaal zit Koning Arthur met zijn ridders aan tafel wanneer er een betoverd schaakbord door het raam de zaal in zweeft.

Het bord is gemaakt van kostbare materialen (ivoor, robijnen en goud) en zweeft hoog boven de hoofden van de ridders, zonder dat iemand het kan vastpakken. De aanwezigen verwonderen zich tot het moment dat het bord net zo snel weer door het raam verdwijnt.

Arthur verlangt dat het bord aan hem wordt overhandigd. Alleen Walewein (in het Engels Gawain) durft de uitdaging aan. Hij gaat het bord zoeken.

Dit brengt tal van avonturen op gang. De eigenaar van het bord blijkt Koning Wonder. Om het in bezit te krijgen moet Walewein eerst het Zwaard met de Twee Sneden halen en een schone jonkvrouw bevrijden.

Andere vergelijkingen

Het zwevende schaakbord is uniek voor de Walewein-traditie.

Magische schaakborden die niet zweven komen wel voor in andere verhalen. Het bekendste voorbeeld is de Perceval-voortzetting van Wauchier de Denain. Daarin speelt de held een spel tegen een onzichtbare tegenstander. Elke zet heeft consequenties voor zijn leven.

In oude Welshe Arthurverhalen als Peredur fab Efrawg komen Keltische Gwyddbwyllborden voor die zichzelf bespelen.

De achterliggende betekenis en symboliek

Het schaakbord in de middeleeuwse literatuur is veel meer dan tijdverdrijf; het is een krachtige metafoor met meerdere betekenissen:

1. Het spiegelbeeld van de maatschappij

In de middeleeuwen staat het schaakspel symbool voor de feodale samenleving. Elk stuk vertegenwoordigt een stand. Denk bijvoorbeeld aan de koning, de raadsheer en de bisschop/loper. Het schaakbord verbeeldde de hiërarchische orde. Dat het bord zweeft, geeft aan dat de natuurlijke orde is verstoord door magische of goddelijke krachten.

2. De beproeving van hoofsheid en beheersing

Schaken vereist ratio, strategie, geduld en emotionele beheersing – eigenschappen die essentieel zijn voor een ridder. Een ridder die zijn emoties niet onder controle heeft, verliest niet alleen het spel, maar ook zijn eer. Het magische schaakbord test daarom vooral zijn intellectuele en emotionele volwassenheid.

3. De verleiding van het onbereikbare

Dat het bord zweeft en onmiddellijk weer verdwijnt, symboliseert het menselijk verlangen naar het onbereikbare en het goddelijke. Het herinnert de ridders eraan dat hun aardse roem betrekkelijk is, zolang er nog wonderen buiten hun kasteelmuren bestaan die ze niet begrijpen of bezitten.

Het Zwevende Schaakbord

Louis Couperus en Het Zwevende Schaakbord

De Nederlandse auteur Louis Couperus (1863–1923) is met name bekend van psychologische romans als Eline Vere. Daarnaast schreef hij indringende drama’s die zich afspelen in Haagse kringen en meeslepende historische verhalen over de klassieke oudheid. 

Aan het einde van zijn leven schreef Couperus een boek dat een volstrekt unieke positie inneemt binnen zijn oeuvre: Het zwevende schaakbord werd gepubliceerd in 1922. In deze roman blaast hij de middeleeuwse Arthurlegende nieuw leven in met een verbazingwekkend gevoel voor humor. 

Als je het boek leest, is het moeilijk om niet even aan Monty Python and the Holy Grail uit 1975 te denken. Je vindt er dezelfde ironie met een verrassend moderne knipoog. Zelf noemde Couperus zijn creatie smalend “een soort humoristisch vervolg” op het origineel uit de 13e eeuw.

Waar het oorspronkelijke verhaal doordrenkt is van vroomheid, strijd en strenge erecodes, benadert Couperus het geheel met een mengeling van liefdevolle nostalgie en milde spot.

Kolder in Het Zwevende Schaakbord

Aan het hof van Koning Arthur heerst een dodelijke verveling. De gouden tijden van de Ronde Tafel lijken voorbij; er gebeurt simpelweg niets meer. Zelfs de grote held Gawein (Walewein) verveelt zich te pletter.

Om de hofhouding uit de lethargie te schudden, tovert Merlijn het zwevende schaakbord tevoorschijn. Het motief is helder: Gawein moet weer op queeste. Het reizen, de avonturen en de romantiek kunnen opnieuw beginnen.

Couperus behield het geraamte van het sprookje en voegde er 20e-eeuwse anachronismen en moderne technologie aan toe. Merlijn gedraagt zich in de roman niet als een mysterieuze ziener, maar eerder als een ietwat geïrriteerde wetenschapper.

Zo beklaagt hij zich over zijn  bekabelde communicatiesysteem van spreekbloemen en wil hij overstappen naar een draadloze versie. Het zwevende schaakbord blijkt vol tandwieltjes te zitten. Als lezer kun je het niet nalaten om aan wifi, 4G en drones te denken.

Het Zwevende Schaakbord

Liefde en lust

Couperus fileert de hoofse liefde. Zijn Gawein is een onverbeterlijke romanticus die bij het zien van elke mooie vrouw smelt. Het ridder ideaal van onvoorwaardelijke trouw krijgt een menselijke, soms bijna tragikomische invulling. Lust en verlangen voeren dikwijls de boventoon. In dat opzicht is Het Zwevende Schaakbord best een stout boek.

De elegante zinsconstructies van het boek staan vol malle pseudo-archaïsch termen als damoselen (jonkvrouwen) en foreesten (bossen). Laat je er niet door afschrikken! Je went snel aan deze stijl en je zal merken dat er onverwachte humor in schuil gaat:

Maar al rees er ook wel in de foreesten van het Land van Logres, tusschen de vele burchten, een burcht op, waar schoone en slechte vrouwen tusschen feloenige ridderen de goede ridders belaagden en binnenlokten, de elf makkers dezenavond- vergeet niet hunne sonore namen, die immers zijn Lancelot, Bohort en Ywein, Mordret en Didoneel, Hestor, Meleagant en Acglovael, Sagremort, Galehot en Gwinebant!- reden rustig stapvoets, gewapend als steeds maar aan Aventuur niet geloovig, de zwarte, donkere wegen langs, die zij zoo goed kenden, om dan in eens tusschen het ijlere, doorzichtige loover uit te komen op vlakte of viersprong, waar de witte maan over vloeide als loome melk tegen der boomschaduwen zwarteninkt.

De Diepere Laag van Het Zwevende Schaakbord

Couperus schreef Het Zwevende Schaakbord kort na de Eerste Wereldoorlog. De wereld was ingrijpend veranderd sinds hij zijn eerste roman had geschreven. Industrialisatie, onttovering, massale sterfte en het verlies van oude waarden hadden veel impact.

Door terug te grijpen op thema’s uit de mythische middeleeuwen en ze nieuwe betekenis en inhoud te geven, creëerde Couperus een wereld waarin wonderlijke avonturen nog konden bestaan. Dat deed hij zo meesterlijk dat Het Zwevende Schaakbord nu nog steeds een actuele en onderhoudende roman is.

Je kunt het boek gratis downloaden op dbnl.org.

De illustratie bij dit artikel is gemaakt met behulp van AI, namelijk gemini.google.com.

Next Post

© 2026 Dolm

Theme by Anders Norén