Het populairste oermens van ons taalgebied komt uit Vlaanderen. Lees hier hoe het zit met Jerommeke en de oertijd.

De krachtpatser is niet meer weg te denken uit de avonturen van Suske en Wiske. Hij weet zich zo goed te handhaven in de moderne tijd dat je haast zou vergeten waar hij vandaan komt. Zijn carrière begint hij als geheim wapen van Hertog le Handru in het album ‘De dolle musketiers’ uit 1953. Gehuld in een dierenvel laat Jerommeke zich inzetten voor de gemeenste plannetjes. Hij lijkt een echte bruut. Dat eindigt als zijn blik valt op Schanulleke, het popje van Wiske. Het hart van Jerom opent zich. Er ontstaat een even hechte als langdurige vriendschap met Suske, Wiske, Lambik, Sidonia en Barabas.

De groene splinter (1957)

Als Willy Vandersteen vier jaar na het debuut van Jerom zijn helden naar een soort van steentijd laat gaan, is Jerom er niet bij. De reden is de verschijning van de strip in het weekblad ‘Kuifje’. Hergé stelt allerlei eisen.  Sidonia, Barabas en Jerom komen er daarom tijdelijk niet in voor. Lambik gaat op een echte held lijken en levert een aantal van zijn vermakelijke karakterfoutjes in. Plot en tekeningen ondergaan een kwaliteitsimpuls die ten koste gaat van de volkse en spontane eigenschappen van de strip. Het historisch waarheidsgehalte is overigens zeer beperkt; de Vlaamse vrienden reizen naar een ondergronds stukje prehistorie waar mens, dwerg en dinosaurus naast elkaar leven.

Hoofdpersoon (1962)

Jerom krijgt een eigen reeks. Suske en Wiske komen daar niet in voor. Na elf delen wordt hij een soort van superheld; de gouden stuntman. Jerom rijdt in een gouden pakje rond op een scooter. Vanaf 2014 neemt het superheldendom serieuze vormen aan in ‘J.ROM – Force of Gold’. Tekenaar Romano Molenaar voorziet ons oermens van een realistisch uiterlijk, dat goed past bij het uitgediepte karakter van Bruno de Roover. Willy Vandersteen is dan allang overleden. Karel Verschuere ook. Deze medewerker van Vandersteen is de echte bedenker van Jerom. Vandersteen is in dat opzicht eigenlijk een soort geestelijk stiefvader.

De malle mergpijp (1973)

Als  de samenwerking met Hergé eindigt, is nog niet duidelijk dat Jerom uit de oertijd stamt. Dat blijkt pas jaren later als Barabas in IJsland de hand weet te leggen op een magisch bot. Daarin huist de geest van Jeroms moeder. Tijdens een gesprek tussen moeder en zoon ontvouwt zich deels de geschiedenis van de sympathieke krachtpatser; geboren als slapjanus toverde een sjamaan hem om tot spierbundel. Dat kon niet voorkomen dat hij tijdens een overstroming werd meegesleurd. Jerom bevroor en ontdooide pas eeuwen later. Dat is het punt waar onze vrienden hem vinden. Ook dit album speelt zich af onder enkele aardlagen in een vreemd fantasiegebied dat miljoenen jaren evolutie op de grote hoop gooit. Heel vermakelijk allemaal.

De glanzende gletsjer (1986)

Het succes van Jerom kent geen eind. In 1982 start de reeks ‘De wonderbare reizen van Jerom’. In een een prehistorische context is misschien nog wel interessanter dat hij in het promotiegeschenk ‘De blijde boordeters’ uit datzelfde jaar weer even terugkeert naar de steentijd. Net als in eerdere albums ontmoet hij daar dinosaurussen die historisch gezien nooit met mensen te maken hebben gehad. Als een vis in het water voelt Jerom zich vier jaar later in het besneeuwde Alaska. Het album heet ‘De glanzende gletsjer’. Gehuld in een berenvel ramt hij oermensen in elkaar. De primitieve bruten wonen in een verborgen vallei. Geen familie of oude bekenden van onze held dus. We worden niets wijzer over zijn achtergrond. Wel blijkt weer dat de tekenstudio geen hoge pet op heeft van mensen uit paleontologische tijden en zeker niet van hun beschavingsniveau. Dit gebrek aan historisch besef bij de stripmakers blijft tot 2017 een constante in de reeks. Flauwe grappen over primitieve types en gevaarlijke situaties die daaruit voortkomen voeren de boventoon.

De Jungleschatjes (1989)

Jerom krijgt meer familie. Hij had al een moeder (Moe Mie). In ‘De Jungleschatjes’ uit de reeks ‘De wonderbare reizen van Jerom’ komen daar een neefje en een nichtje bij. Drammer en Roetsje heten ze. In 2006 volgt in ‘De primitieve paljassen’ dat verschijnt in ‘Tros Kompas’ nog een naamloze oom. Zeven jaar eerder mocht Jerom even weer zijn oude zelf zijn; lange behaarde gespierde armen en korte benen. Precies zoals Vandersteen hem in 1953 had getekend. Het neanderthaler meisje Amber maakt het mogelijk met haar toverkracht. Als diepvriesbaby komt zij uit het ijs in Alaska, rood behaard en gek op rauw vlees. En – eenmaal volwassen – op Jerommeke. De liefdesrelatie houdt geen stand als Barabas haar weer naar het verre verleden flitst. Een bruut met knots wacht haar op voor een vulkaan …

Cromimi (2017)

Alle regels zijn anders in het nieuwste album. De Nederlander Gerben Valkema mag in zijn eigen flitsende stijl zijn tweede Suske en Wiskealbum tekenen. Routinier Yann is de scenarist. De samenwerking levert een onderhoudend album op bomvol humor en avontuur. De lezer krijgt alle details van Jeroms tragische bevriezing te zien dankzij de technische hoogstandjes van Barabas. Niet IJsland, maar de Himalaya blijkt de plek des onheils te zijn. Jaren later is Jerom bovenmatig geïnteresseerd als er opnieuw een ingevroren oermens opduikt. Dat is het startpunt voor een reeks spannende gebeurtenissen die zich deze keer bovengronds afspelen. Met zoogdieren in plaats van dino’s! (Bravo.) Het verhaal is doorspekt met hilarische slapstick en subtiele kwinkslagen. Knap gemaakt. Topamusement!

Willy Vandersteen, Yann, Gerben Valkema: Suske en Wiske, Cromimi.

(Standaard uitgeverij 2017, 48 pagina’s, kleur.)

Written by HRWibier

1 Comment

The Flintstones - Dolm.nl

[…] zijn er verzachtende omstandigheden: Allereerst omdat er talloze medeplichtigen zijn. Bijvoorbeeld Jerommeke (meer het paleolithisch type). Hij vecht met dinosaurussen. En dan zijn er nog die talloze […]

Comments are closed.