Neanderthalers waren slimme overlevers. Hun geschiedenis was langer dan die van de moderne mens nu is. Zij waren de eerste Europeanen.

De homo sapiens neandethalensis leefde van 200.000 tot 30.000 jaar geleden. Hij evolueerde van ante-neanderthaler, vroege neanderthaler, pre-neanderthaler en proto-neanderthaler tot klassieke neanderthaler.

Zijn leefgebied besloeg Europa en het nabije oosten in een tijd dat ijstijden en warmteperiodes elkaar afwisselden. Het waren zware leefomstandigheden. De neanderthaler bleek sterk en vindingrijk genoeg om zijn levenswijzen steeds opnieuw aan te passen en zo te overleven.

Neanderthalers leefden in groepsverband als jagers en verzamelaars. Trektochten brachten hen tot 100 kilometer van hun leefgebied. Ze maakten werktuigen van steen en gebruikten bijvoorbeeld ook hout, pezen en berkenpek, onder andere om speren te maken.

NeanderthalerEr is geen enkele aanleiding om te denken dat neanderthalers niet konden praten. Het gebruik van kleurstoffen en pigmenten was hen bekend. Ze maakten sieraden en ze verzorgden hun gewonden. Er bestaan begraafplaatsen van Neanderthalers. Het waarom van enkele gevallen van kannibalisme – noodzaak of ritueel – is onbekend.

80% Van de neanderthalers stierf voor het veertigste levensjaar. Botbreuken kwamen vaak voor, waarschijnlijk als gevolg van het jagen op groot wild vanaf korte afstand. Kauwgedrag, veelvuldig gebruik van de voortanden – als derde hand – en gebrek aan mondhygiëne veroorzaakten zware beschadigingen aan het gebit.

Onze soort, de homo sapiens sapiens, bestaat ‘slechts’ 100.000 jaar. Belangrijke verschillen met de neanderthaler zijn kleinere voorhoofdsholtes en oogholtes, de afwezige wenkbrauwrichel, de steile hoge schedel en het langere, slankere postuur. Ongeveer 40.000 jaar geleden trok sapiens het leefgebied van de neanderthaler binnen. De twee menssoorten hebben duizenden jaren naast elkaar geleefd. Ze kunnen in elkaar zijn opgegaan, er kan ziekte in het spel zijn of de neanderthaler kan uit zijn leefgebied zijn verdreven. Misschien is er sprake van een combinatie van factoren.

De eerste resten van een neanderthaler werden in 1856 ontdekt, nabij Düsseldorf. Met het verschijnen van Darwins evolutietheorie kort daarna, ontstond een fel wetenschappelijk debat over de duiding van de botten; misvorming of evolutie. Sindsdien hebben archeologen op enige tientallen locaties overblijfselen van neanderthalers gevonden en nog meer resten van hun activiteit – ook in Nederland en België.

De laatste jaren ontdekken wetenschappers steeds meer over neanderthalers, onder andere dankzij DNA-technologie en onderzoek van achtergebleven kleine deeltjes aan stenen werktuigen. Zo weten we nu dat iedere Europeaan enig neanderthaler-DNA in zich heeft en dat neanderthalers meer aten dan vlees alleen. Vooralsnog blijven veel raadsels bestaan. De onverklaarbare verdwijning is het grootste daarvan.

Written by HRWibier